KennisConnect Artikel

Maagverkleining: in vijf vragen naar het beste medicatieadvies
Maagverkleining: in vijf vragen naar het beste medicatieadvies 1024 683 KennisConnect

Als apothekersteam heb je iedere dag nieuwe mensen aan de balie staan. Maar zonder dat je het soms weet, komen er ook regelmatig mensen langs die een maagverkleining hebben gehad. Weet je dat altijd? Het antwoord is heel simpel: nee. Zelfs bij de huisarts is dit niet altijd bekend. Goede communicatie tussen ziekenhuis, huisarts en apotheker is dus essentieel om de patiënt zo goed mogelijk medicatieadvies te kunnen geven. In dit artikel behandelen we essentiële achtergrondinformatie omtrent maagverkleining en beantwoorden vijf vragen om te komen tot het meest optimale medicatieadvies. 

Noot: we vinden het ontzettend leuk om onze kennis over dit onderwerp en andere onderwerpen te delen. Wil je met ons in gesprek gaan over medicatieadvies bij een maagverkleining? Schroom dan niet en stuur ons een mail op r.schrijver@kennisconnect.nl of m.schippers@kennisconnect.nl.

“Een goed antwoord, vraagt om een goede vraag”

Als apotheker wil je je patiënten zo goed mogelijk bedienen. Hen van een pasklaar antwoord voorzien. In ons werk als apothekers hebben we geleerd dat je pas een goed antwoord kunt geven, als je vraag goed is. Dat je niet te snel geneigd moet zijn om antwoord te geven, zonder goed door te vragen. In dit artikel stellen we jou een aantal vragen waar we je antwoord op geven. Mis je een vraag? Laat het ons weten, dan voegen wij de vraag én het antwoord toe!

  1. Wat moet je weten over obesitas?
  2. Wat is bariatrische chirurgie?
  3. Wat zijn de gevolgen van een maagverkleining?
  4. Welk medicatieadvies geef je iemand met een maagverkleining?
  5. Wat is jouw rol als apotheker?
Wat moet je weten over obesitas?
Overgewicht, obesitas en de gevolgen

Meer dan 50% van de Nederlandse bevolking (18 jaar en ouder) kampt met matig tot ernstig overgewicht! En de voorspellingen zien er niet rooskleurig uit. Een bizarre constatering als je daar wat langer over nadenkt. In dit artikel kijken we naar de gevolgen van overgewicht en obesitas, maar in de toekomst is het zeer opportuun om vanuit zorgperspectief naar de oorzaken hiervan te kijken. Lossen we de oorzaken op? Dan lossen we ook grotendeels de gevolgen op. Voor nu beperken we ons tot het bespreken van de gevolgen.

Obesitas is een chronische ziekte waarbij de vetophoping in het lichaam zó hoog is dat er kans op gezondheidsrisico’s bestaat. Bij mensen met (ernstig) overgewicht is er teveel vet in het lichaam opgeslagen. Deze vetopslag ontstaat door een verstoorde balans in de energie-inname (eten en drinken) en energieverbruik (beweging) van het lichaam. Wanneer de energie-inname gedurende een langere periode hoger is dan het verbruik, ontstaat overgewicht.

De gevolgen hiervan zijn zeer ernstig. Kortademigheid, depressie, angststoornis en een (zeer) laag zelfbeeld. Een paar voorbeelden van lichamelijke en psychosociale gevolgen van overgewicht en obesitas. Ernstig, maar er zijn nog veel meer gezondheidsrisico’s. Denk aan  diabetes type 2, hart- en vaatziekten, kanker, galstenen, artrose, slaapapneu, menstruatiestoornissen en vruchtbaarheidsproblemen.

Wat is bariatrische chirurgie?

Om iemand met ernstig overgewicht te helpen, is het in sommige gevallen nodig om een maagverkleiningsoperatie te doen. De medische term hiervoor is bariatrische chirurgie. De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert een maagverkleining bij mensen met morbide obesitas, oftewel bij een Body Mass Index van 40 of hoger.

Jaarlijks vinden er in Nederland ongeveer 12.000 maagverkleiningsoperaties plaats. Het doel van deze operatie is simpel: gewichtsverlies. Het is alleen niet simpel om deze operatie te kiezen. Om in aanmerking te komen, moet de persoon in kwestie een intensief traject doorstaan waarbij de focus ligt op gezonde voeding en voldoende beweging.

Gastric bypass of gastric sleeve

Voor een maagverkleiningsoperatie zijn meerdere vormen beschikbaar. De meest toegepaste vorm is een gastric sleeve. Bij deze vorm verwijdert de chirurg de buitenbocht van de maag. Er blijft een smalle, buisvormige maag over. Deze nieuwe maag heeft nog maar een inhoud van 100 tot 150 ml en is wel tien keer zo klein als de oude maag. Deze vorm van maagverkleining geeft relatief weinig risico’s.

Bij een gastric bypass knipt de chirurg het bovenste stuk van de maag af zodat er een stukje maag overblijft ter grootte van een kiwi. De gastric bypass is de meest ingrijpende en definitieve vorm van alle maagverkleiningsoperaties. De maaginhoud die overblijft na de gastric bypass heeft het volume van een espressokopje: zo’n 30 tot 60 ml.

No-brainer

Het is een no-brainer, maar we noemen ‘m toch: gezonde voeding en voldoende beweging zijn de basis voor een gezond lichaam. Het is alleen de vraag wat de oorzaak is van ongezond gedrag, opdat we dan de persoon écht kunnen helpen. Het antwoord hierop ligt meestal niet in de medische gezondheidszorg, maar kan wellicht gevonden worden in de psychologische gesteldheid en sociale omgeving van de persoon.

Wat zijn de gevolgen van een maagverkleining?
Dumping syndroom

Bij ca. 25% van de mensen met een maagverkleining komt het dumpingsyndroom voor. De maag ‘dumpt’ in dat geval grote brokken, onverteerd voedsel direct in de dunne darm. De patiënt ervaart hierdoor een opgeblazen gevoel en krijgt last van misselijkheid, diarree en braken. Daarin onderscheiden we vroege en late dumpingklachten. Beide klachten hebben een andere oorzaak en vinden plaats op een ander moment na het eten van de maaltijd.

Tekort aan voedingsstoffen

Doordat de patiënt minder eet, krijgt deze veelal minder voedingsstoffen binnen. De kans is dus groot dat er een tekort ontstaat. Om deze reden raadt men patiënten met een maagverkleining aan om levenslang vitaminesupplementen en calciumtabletten te slikken.

Welk medicatieadvies geef je iemand met een maagverkleining?

Het medicatieadvies verschilt per persoon. Wat we in generieke zin kunnen zeggen, is dat het verstandig is om verschillende geneesmiddelen(groepen) te vermijden of te monitoren. We hebben ze hieronder benoemd.

Geneesmiddelen vermijden

Geneesmiddelen die je beter kunt vermijden, zijn o.a. NSAID’s, bisfosfanaten, anticonceptiva, macrogol en DOAC’s. In onze e-learning ‘maagverkleining en medicatie’ vind je het volledige overzicht.

Geneesmiddelen monitoren

Bloedsuikerverlagende middelen, geneesmiddelen met vertraagde afgifte en diuretica dien je te monitoren. Op de website van Stichting Healthbase staan de adviezen benoemd voor verschillende geneesmiddelen.  

Wat is jouw rol als apotheker?

Vragen stellen. Dat is de belangrijkste rol van de apotheker in onze optiek. Zoals we dit artikel begonnen, is het niet altijd bekend of de persoon aan de balie een maagverkleining heeft gehad. Uit ervaring weten we dat deze informatie ook niet altijd bij de huisarts bekend is. Communicatie tussen de praktijkondersteuner huisarts (POH), huisarts, ziekenhuis, apotheker én persoon in kwestie is cruciaal.

Kennis op orde

Het is daarin ook belangrijk dat je als apotheker je eigen kennis over dit onderwerp op orde houdt. Denk aan kennis over verschillende geneesmiddelen, toedieningsvormen en het uitvoeren van de jaarlijkse labcontroles.

Zoals eerder vermeld in dit artikel, kun je in onze online academie de module ‘Maagverkleining en de invloed van medicatie’ volgen: https://academie.kennisconnect.nl/modules/maagverkleining-medicatie-invloed/

Ga met ons in gesprek

Vond je dit een interessant artikel en wil je graag over dit onderwerp of een ander onderwerp van gedachten wisselen? Neem dan contact op via info@kennisconnect.nl. Uiteraard kun je ons ook bereiken via LinkedIn:

Marlies: https://www.linkedin.com/in/marlies-vogel-schippers-phd-16840912/

Rianne: https://www.linkedin.com/in/rianne-schrijver-230a36166/

‘Het is fijn te weten dat mensen na een maagverkleining bepaalde medicatie niet kunnen gebruiken. Zo kunnen we extra uitleg geven aan de patiënten en weten we waar we over praten.’ 
Apothekersassistent

 

Slikproblemen en medicatie
Slikproblemen en medicatie 846 846 KennisConnect

Speciaal artikel voor verpleegkundigen en verzorgenden

We verklappen maar meteen wat de boodschap van dit artikel is: medicijnen mag je nooit (!) zomaar fijnmalen. Overleg eerst met de apotheker i.v.m. risico’s voor je cliënten én jezelf. Sorry dat we zo streng dit artikel starten, maar we zien het in de dagelijkse praktijk nog flink vaak misgaan met zeer ernstige gevolgen van dien. Die gevolgen voorkomen we liever met zo’n duidelijke boodschap van onze kant. Dat gezegd hebbende, geven we je nu de ruimte om de rest van het artikel te lezen 😊

‘Medicatie bewerken? Zoveel mogelijk inperken!’

Tijdens onze audits en trainingen spreken we regelmatig verpleegkundigen en verzorgden en steevast hebben zij de volgende vragen: ‘Waarom  mag je het ene tablet wel fijnmalen en het andere tablet niet?’; ‘Wat is de reden dat je niet alle capsules mag openmaken?’; Hoe signaleer je slikproblemen bij demente cliënten?’. Vragen waar zij dagelijks mee worstelen. Helemaal lastig als je nagaat dat maar liefst 23% van de ouderen in Nederland lijdt aan slikproblemen of slikklachten, ook wel dysfagie genoemd. Slikproblemen die veelal doorwerken in problemen met het slikken van medicatie. Dan de medicatie maar fijnmalen zodat het allemaal wat makkelijker gaat? Absoluut niet. In dit artikel leggen we je uit waarom en geven we je tips hoe het wél kan.

‘Ik wist niet dat het  kauwen van medicatie door mijn cliënt deze ernstige gevolgen kan hebben’ 
Verzorgende

Dysfagie is geen aandoening op zichzelf

De medische term voor slikproblemen of slikklachten is dysfagie. We spreken over dysfagie wanneer een cliënt niet goed kan kauwen, zich regelmatig verslikt of het eten niet goed weg krijgt. Een veel voorkomend probleem omdat 23% van de ouderen in Nederland hier aan lijdt.

‘Is het dan een aandoening?’ Daar kunnen we heel duidelijk in zijn: nee. Het is geen aandoening of ziekte op zichzelf. Bij ouderen gaat het kauwen vaak langzamer en moeizamer. Voedselresten blijven in de mond of keel hangen, die zorgen voor slikklachten. Dysfagie wordt veelal veroorzaakt door een beroerte, hersenbloeding, de ziekte van Parkinson of dementie. Deze aandoeningen zorgen voor gevoelsverlies in de mond of een minder goede aansturing van het slikmechanisme. Daarnaast zorgen sommige medicijnen voor afname van spierkracht, waardoor het kauwen moeilijker gaat of de tong het voedsel minder goed kan verplaatsen. Ook kan het zo zijn dat het strottenklepje minder goed functioneert. Zoals je ziet, lopen de oorzaken behoorlijk uiteen.

Het devies is altijd: samenwerken

In de praktijk is er nog onvoldoende aandacht voor dysfagie, of slikproblemen dan wel slikklachten worden niet altijd herkend. Dysfagie kan uiteindelijk leiden tot ondervoeding, uitdroging, longontsteking en overlijden. Het devies om beter in te spelen op slikproblemen? Samenwerken. Samenwerking tussen verzorging, verpleging, arts en apotheek is noodzakelijk om cliënten zo goed mogelijk te begeleiden en zorg te geven.

Medicijnen nooit zomaar fijnmalen i.v.m. vertraagde afgifte

Als je merkt dat een cliënt problemen heeft met slikken, mag je niet zomaar tabletten of capsules fijnmalen of openmaken. Zoals je wellicht weet, kan dit tot levensbedreigende situaties leiden bij de cliënt.

Dat komt doordat sommige tabletten of capsules een vertraagde afgifte hebben. Via een speciaal ingebouwd systeem, geven deze medicijnen het geneesmiddel over langere tijd en beetje bij beetje af aan het lichaam. Deze geneesmiddelen mag je dus absoluut niet fijnmalen. Doe je dat wel? Dan vernietig je het speciaal ingebouwde systeem en komt de dagdosering in één keer vrij. Met als gevolg (ernstige) bijwerkingen of zelfs het overlijden van de cliënt.

‘Hoe herken ik geneesmiddelen met een vertraagde afgifte?’ is een veelgehoorde vraag tijdens onze audit-bezoeken en trainingen. Het antwoord daarop is dat je ze kun herkennen aan de termen ‘mga’, ‘oros’ of ‘retard’.

De praktijk is alleen wat weerbarstiger. Zelfs als deze termen niet vermeld staan, kan een tablet of capsule nog steeds een vertraagde afgifte hebben. Twijfel je? Dan raden we je aan om te overleggen met de apotheker. Hij of zij kan je van advies voorzien. En we beseffen ons dat dat in de praktijk af en toe lastig kan zijn, maar liever kort overleg dan lange termijn bijwerkingen bij cliënten.   

Maar wist je ook dat het gevaarlijk voor jezelf kan zijn?

Het risico van fijnmalen, oplossen of openmaken is er niet alleen voor de cliënt. Sommige geneesmiddelen mag je niet bewerken omdat dit risico’s geeft voor jou als zorgverlener. Er zijn geneesmiddelen die bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, allergische reacties veroorzaken of schadelijk zijn voor je ongeboren kind. Het is dus belangrijk dat jij als zorgprofessional niet in aanraking komt met deze geneesmiddelen.

Voor zowel je cliënt als jezelf is dus ons advies: medicatie bewerken? Zoveel mogelijk inperken!

Ogen en oren van de apotheker

We herhalen het nog maar een keer, omdat het zo belangrijk is. Ervaar je slikproblemen bij je cliënten? Breng dan de behandelend arts en apotheek op de hoogte. Zij kunnen je van advies voorzien of een alternatief geneesmiddel voorstellen, bijvoorbeeld in de vorm van een drank. De apotheker adviseer je ook of en (zo ja) hoe je sommige geneesmiddelen mag bewerken. Jullie (verzorgenden, verpleegkundigen) zijn immers de ogen en oren van de apotheker.

Meer kennis opdoen?

Ben je een zorgverlener en wil je meer leren over dysfagie i.c.m. medicatie of hoe je beter kunt samenwerken met een apotheker of behandelend arts? Volg dan onze training ‘Slikproblemen en medicatie’. Je kunt vrijblijvend informatie opvragen over de inhoud van de training, wanneer er weer een training gepland staat of in welke vorm we een training op maat voor jou en je collega’s kunnen aanbieden.

Stuur een berichtje naar info@kennisconnect.nl of bel 0529 224 009.

Van gedachten wisselen?

Vond je dit een interessant artikel en wil je graag over dit onderwerp of een ander onderwerp van gedachten wisselen? Neem dan contact op via m.schippers@kennisconnect.nl of r.schrijver@kennisconnect.nl. Uiteraard kun je ons ook bereiken via LinkedIn:

Marlies: https://www.linkedin.com/in/marlies-vogel-schippers-phd-16840912/

Rianne: https://www.linkedin.com/in/rianne-schrijver-230a36166/

Het maximale resultaat uit een teamtraining. Hoe dan?!
Het maximale resultaat uit een teamtraining. Hoe dan?! 780 520 KennisConnect

Geaccrediteerde trainingen volgen in je eigen tijd. KennisConnect heeft een eigen academie opgericht: online in combinatie met incompany, op basis van blended learning en gericht op zorgprofessionals. Kennis opdoen, delen en ervaringen uitwisselen. De inhoud is afgestemd op de vraagstelling en altijd op maat. Vooraf bespreken we de thema’s met (ziekenhuis)apothekers of managers, zodat we de juiste ondersteuning kunnen bieden aan het team.

Theorie en praktijk apart

KennisConnect biedt niet zomaar trainingen aan. De inhoud van onze teamtrainingen zijn dynamisch en interactief. Geen lappen tekst en oneindig veel theorie. De trainingen zitten vol video’s en korte, begeleidende teksten. Je ontvangt precies de informatie die je verder helpt in de praktijk. We hebben er bewust voor gekozen om het theorie- en praktijkgedeelte uit elkaar te halen. Blended learning is een afwisselende en interactieve manier van trainingen geven en volgen. Waar je het theoriegedeelte online volgt in je eigen tijd, vindt de opvolging incompany plaats. Alles wat je geleerd hebt wordt direct toegepast in de praktijk.

“Breng de theorie direct in de praktijk. Wat ga je morgen anders doen?”

 

Je leert anders kijken naar je werkomgeving en de interactie met patiënten. In 1,5 uur tijd wordt er actief geoefend met casuïstiek: door middel van praktijkvoorbeelden, beantwoorden van vragen en de kennisoverdracht richting de patiënt. Daarbij focussen we op het thema van de training. Zo hebben wij teamtrainingen rondom slikproblemen, maagverkleining en medicatie en consultvoering. Om zo zorgprofessionals te ondersteunen in het advies, begeleiding en de gespreksvoering op basis van individuele casuïstiek naar patiënten.

Implementatie en terugkoppeling

Wanneer het praktijkgedeelte is afgerond, volgt er nog een evaluatie. Een training is namelijk niet compleet zonder een inhoudelijke terugkoppeling. Vanuit onze expertises delen wij constateringen en advies. Je ontvang een compleet evaluatieformulier met opmerkingen vanuit de deelnemers. Zo ben je altijd op hoogte van de resultaten van de training. Zorgprofessionals zoals apothekersassistenten en volledige apotheekteams ontvangen inzicht en gerichte kennis voor een directe vertaling naar de praktijk. Alle theorie en praktische oefeningen bieden een meerwaarde voor de handelingen aan de balie, het contact met de patiënt en een effectieve samenwerking binnen het team.

“De zichtbaarheid van apothekersassistenten speelt een steeds grotere rol.”

 

Werkwijze teamtrainingen

Onze manier van training geven is anders. Waar het aanbod nu voornamelijk bestaat uit theorie zenden, werken wij vanuit de gedachte om verandering te bieden. Daar hebben we ook onze werkwijze op aangepast. Deze is persoonlijk, resultaatgericht en zet aan tot actie. We benoemen hieronder kort de vijf stappen van onze werkwijze voor de teamtrainingen:

  1. Inventariseren knelpunten
  2. Toolkit en inlog online academie
  3. Aan de slag met de theorie en opdrachten
  4. Aan de slag met de praktijk
  5. Terugkoppeling

Vanaf het eerste contactmoment zijn wij er om je te begeleiden. Je kunt ervoor kiezen om ook het praktijkgedeelte digitaal te doen. Onze voorkeur gaat uit naar persoonlijk contact, maar we horen graag welke vorm bij je past. KennisConnect heeft een coachende rol bij de teamtrainingen en stimuleert deelnemers om zich te verdiepen in hun rol en de houding tegenover het team, de werkomgeving en de patiënten. We doen het samen.

Bekijk teamtrainingen van KennisConnect

Lees meer over onze teamtrainingen op het gebied van kwaliteitsdenken, farmaceutisch inhoudelijk handelen en persoonlijke ontwikkeling. Heb je een vraag of opmerking, neem dan contact op voor advies op maat.

 

Fouten voorkomen bij het klaarmaken en toedienen van parenteralia.
Fouten voorkomen bij het klaarmaken en toedienen van parenteralia. 1024 683 KennisConnect

Fouten voorkomen bij het klaarmaken en toedienen van parenteralia? Drie oplossingsrichtingen.

Een artikel van KennisConnect waarin wij, Marlies Vogel-Schippers (PhD) en Rianne Schrijver, onze visie geven op veelgemaakte fouten bij het klaarmaken en toedienen van parenteralia en bijbehorende oplossingsrichtingen.

Het klaarmaken en toedienen van parenteralia op verpleegafdelingen gaat nog wel eens mis. Het protocol wordt niet gevolgd of kritische stappen worden overgeslagen. Gebeurt dit bewust? Nee is het antwoord. De intentie van handelen van verpleegkundigen is altijd goed. In de meeste gevallen is tijdsdruk één van de belangrijkste factoren voor het maken van andere keuzes. Keuzes die soms boven medicatieveiligheid staan. Grote vraag is hoe je er als zorgprofessional in de praktijk voor zorgt dat je én veilig werkt én de patiënt op nummer één kunt blijven zetten? In dit artikel geven we je drie mogelijke oplossingsrichtingen.

Naast tijdsdruk zijn dit twee andere oorzaken

De werkdruk is hoog in de zorg. Dat hoeven we je vast niet te vertellen. Het verzorgen van de patiënt heeft topprioriteit, al is dat vanwege de hoge werkdruk een flinke uitdaging. Het volgen van protocollen hoort gevoelsmatig niet bij de basistaak van een verpleegkundige. Dat is een veelgehoorde reactie vanuit ons werk in ziekenhuizen, de eerste oorzaak voor het maken van fouten. Wat de tweede oorzaak is? Bedrijfsblindheid. Klinkt hard en is het ook. We zien dat bedrijfsblindheid zorgt voor eilandjes binnen de organisatie en op afdelingen en dat dat de kans op fouten vergroot. Een praktische vertaling van bedrijfsblindheid zit ‘m bijvoorbeeld in het verzinnen van eigen manieren en die aan elkaar doorgeven. Het is dan ook een probleem waar we onze ogen voor mogen openen. Of wij op zo’n afdeling met onze vinger wijzen naar alles wat er misgaat? Zeker niet. Wij vinden het in onze audits juist van belang dat mensen zelf tot inzichten komen en van daaruit intrinsiek betere keuzes maken. Soms is het gewoonweg fijn dat er iemand van buitenaf naar het proces kijkt.

Hoe het volgens ons beter kan? We bieden je drie oplossingsrichtingen aan. Uiteraard vinden we het interessant wat jouw kijk is op deze problematiek en onze geboden oplossingen. Je kunt het gesprek met ons aangaan. Onze contactgegevens vind je onderaan dit artikel.

Oplossingsrichting nr. 1: de ziekenhuisapotheek inzetten

Het ‘voor toediening gereedmaken (VTGM)’ van parenteralia op de verpleegafdeling is intensief voor de verpleging. Iedere bereiding door een verpleegkundige duurt ongeveer vijf tot tien minuten. Bovendien geeft het oplossen, verdunnen of optrekken van geneesmiddelen tussen de bedrijven door op de verpleegafdeling een groot risico op microbiële besmetting, reken- en oplosfouten [1]. In de meest ideale situatie neemt de ziekenhuisapotheek het klaarmaken van parenteralia over. Op voorraad bereidde spuiten en ready-to-use  (RTU) preparaten verminderen het aantal handelingen op de verpleegafdelingen en daarmee de kans op fouten [2]. Karin Larmené laat zelfs zien dat vooraf gevulde, steriele spuiten, de zogenaamde ready-to-administer (RTA) preparaten kosteneffectief zijn en leiden tot hoge kwaliteitsverbetering [3]. Deze ondersteuning door de ziekenhuisapotheek scheelt verpleegkundigen veel tijd. Tijd die je extra kunt besteden aan de patiënt.

Noot: helaas zijn niet alle parenterale geneesmiddelen geschikt om klaargemaakt te worden in de apotheek. Een deel van de parenteralia zal altijd op de verpleegafdeling afdeling klaargemaakt moeten worden.

Oplossingsrichting nr. 2: check, dubbelcheck

Het grootste deel van de incidenten vindt plaats tijdens het toedienen van parenterale geneesmiddelen. Deze incidenten zijn vaker ernstig bij parenterale geneesmiddelen, doordat deze direct in het systeem gespoten worden, een smalle therapeutische breedte hebben en direct effect hebben op vitale functies [1]. We zien gedurende onze audits regelmatig dat tweede controles niet uitgevoerd worden. Ook worden de hygiënische voorzorgsmaatregelen niet altijd nageleefd. Hiermee komt de patiëntveiligheid in het geding. Dubbele controles zijn dus nodig. Daarmee voorkom je onnodig leed en heel veel werk aan de achterkant. Een bekend gezegde luidt immers: beter voorkomen dan genezen. Check, dubbelcheck dus.

Oplossingsrichting nr. 3: bewustwording 

Bewustwording is misschien wel de belangrijkste oplossingsrichting. Wat is het nut en de noodzaak van dubbele controles? Waarom is het onverstandig om voor meerdere patiënten tegelijk klaar te maken? En wat maakt dat toedientijden belangrijk zijn voor de patiëntveiligheid? Het heeft daarin geen zin om met regels van bovenaf te strooien. Om te roepen hoe het moet of niet moet. Zelf tot dit inzicht komen zodat je op basis van intrinsieke motivatie de protocollen volgt. Of doordacht af te wijken.

Hoe kruisbestuiving alle oplossingsrichtingen een ‘boost’ kan geven!

Volgens ons is het voor iedere zorgprofessional van belang om van de eilandjes af te komen. Werk met elkaar samen, sta open voor een ander en leer van elkaar. In onze trainingen zorgen wij er altijd voor dat zowel verpleegkundigen als apothekersassistenten aanwezig zijn. En dan ook nog eens het liefst verpleegkundigen van verschillende afdelingen. Zo vindt er kruisbestuiving plaats en worden er banden gevormd tussen verschillende afdelingen en disciplines. Met kruisbestuiving geven we een zogeheten ‘boost’ aan alle oplossingsrichtingen!

Ga met ons in gesprek

Vond je dit een interessant artikel en wil je graag over dit onderwerp of een ander onderwerp van gedachten wisselen? Neem dan contact op via m.schippers@kennisconnect.nl of r.schrijver@kennisconnect.nl. Uiteraard kun je ons ook bereiken via LinkedIn:

Marlies: https://www.linkedin.com/in/marlies-vogel-schippers-phd-16840912/

Rianne: https://www.linkedin.com/in/rianne-schrijver-230a36166/

Bronnen

[1] High Risk medicatie gids VMS

[2] Ris, 2009

[3] Larmené-Beld KHM, Touwen- Spronk J, Luttjeboer J; Taxis K, Postma MJ. A Cost Minimization Analysis of Ready-to-Administer Prefilled Sterilized Syringes in a Dutch Hospital. Clin Ther. 2019;41:1139e1150

Wij gebruiken cookies om het surfgedrag op de website te analyseren.